|
|
Kunsthandel Bernard van Welsenes

Verkoopexpositie van o.a:
" de Bergense school "
Schilderijen, gouaches, aquarellen
en grafiek vanaf 1900 tot heden.
Oude Prinsweg 25
1861 CS Bergen NH
Tel / Fax: 072-5813605
Mobiel: 06-51788948
E-mail: info@kunsthandelvanwelsenes.nl
Openingstijden:
Woensdag t/m zaterdag
van 12.00-17.00 uur.
Of na telefonische afspraak.
(ook op zondag, overige dagen en uren)
| | |
|
|
In onze collectie bevinden zich
olieverfschilderijen, aquarellen,
gouaches en grafiek van diverse schilders van
"de Bergense School", tijdgenoten en hedendaagse
kunstenaars.
Indien u op de link "collectie" klikt en daarna op
een letter van het alfabet, dan kunt u zien van
welke kunstenaar er zich momenteel werken
in onze collectie bevinden.
De collectie van de kunsthandel is uitgebreid met
o.a. Boeddhabeelden uit Azië.
Indien u op de link "Boeddha's" klikt, kunt u o.a.
een groot gedeelte van het assortiment bekijken.
| | |
|
|
Bergense School

Piet Spijk
Wie "Bergense School" zegt denkt aan krachtige, donkere schilderijen met vrije, enigszins kubistisch aandoende vormen, opgezet in aardkleuren - bruin, oranjebruin, oker, brons, blauwgroen en ook paarsrood met enkele felle kleuraccenten - sterke licht-donker contrasten en een forse penseelstreek. Details worden weggelaten, het gaat de schilders kennelijk om het essentiële.
Deze gematigd kubistisch-expressionistische schilderstijl werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in Amsterdamse kringen van jonge kunstenaars geïntroduceerd door de Fransman Henri Le Fauconnier en gepromoot door Piet van Wijngaerdt. "De nieuwe schilderkunst onderscheidt zich door meer innerlijkheid en expressieve kracht" (Piet van Wijngaerdt, 1916). Toen Bergen het centrum werd van deze nieuwe stroming ontstond al spoedig de benaming "Bergense School".
Naast de grondleggers zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van de Bergense School: Leo Gestel, Arnout Colnot, Dirk Filarski, Piet en Matthieu Wiegman, Else Berg en Mommie Schwarz. Ook de voor de oorlog naar Nederland uitgeweken Belg Gustave de Smet werkte in deze stijl.
Verder waren verschillende kunstenaars korte tijd door dit Bergens-Amsterdamse expressionisme geboeid of maakten werk dat er mee is verwant, zoals in de beginjaren Gerrit van Blaaderen, Charley Toorop, Wim Schuhmacher en Jan Sluijters. In de jaren twintig geldt dit in het bijzonder voor Harrie Kuijten, maar ook schilders als Toon Kelder, Germ de Jong, Jan Ponstijn, Jelle Troelstra en Kees Boendermaker laten blijken het werk van de Bergense School goed te kennen. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Jaap Min (mede) op basis van het gedachtegoed van de Bergense School een nieuwe versie van het expressionisme.
Een expressionist geeft uitdrukking aan de persoonlijke gevoelens die hij/zij bij het zien van het onderwerp ervaart en wijkt daartoe in kleur, lijn, vorm, contrast en compositie vrijelijk af van de waargenomen werkelijkheid.
"Ik schilder om op het doek vast te leggen de innerlijke bewogenheid die door het onderwerp in mij wordt gewekt" (Arnout Colnot, 1931). Donkere landschappen van de Bergense School kunnen soms iets geheimzinnigs hebben.
Niet alleen de ideeën van Henri Le Fauconnier en Piet van Wijngaerdt spraken de Bergenaren aan. Er is in hun werken even sterk een constructieve, rationele component aanwezig, geïnspireerd door het meervoudige perspectief en de vereenvoudigde vormen in het oeuvre van Paul Cézanne, het sterkst bij Gestel, Van Blaaderen, Matthieu en Piet Wiegman. Tegelijk maakte de emotionele geladenheid van de werken van Vincent van Gogh indruk. En met de donkere kleuren van hun landschappen, stillevens en portretten staan zij in de Nederlandse schilderstraditie.
De meeste schilders van de Bergense School beleefden hun expressionistische hoogtijdagen in de periode 1916 tot 1925, zoals Leo Gestel. Anderen - bijvoorbeeld Piet Wiegman - werkten tot ca. 1930 nog volop in deze trant en enkelen, zoals Dirk Filarski en Arnout Colnot, ook nog daarna.
| | |
|

De Bergense School werd en wordt vanwege het donkere palet vaak ervaren als neerslachtig, melancholisch en somber: de tijden waren onzeker. Zelf hebben de schilders zich nimmer in deze zin uitgelaten. Niet al het werk van de Bergenaren is donker en veel dat wel in donkere kleuren is uitgevoerd straalt warmte en de vreugde van het schilderen uit. De donkere kleuren blijken bij goede belichting doorgaans allesbehalve somber te zijn, maar een grote intensiteit en diepte te hebben.
De Bergense School was gezegend met een eigentijdse mecenas, de gepassioneerde en bemiddelde kunstverzamelaar Piet Boendermaker. In 1918 volgde hij enkele Amsterdamse schilders naar Bergen en van zijn "Huize De Klomp" maakte hij het gastvrije centrum voor zijn kunstenaarsvrienden. "De grote verzamelaar Boendermaker, die schilderijen bij tientallen tegelijk kocht en bankbiljetten uitdeelde of het sigarettenvloeitjes waren" (Raoul Hynckes, 1973). Hij bouwde een collectie op van meer dan 2500 werken.
De Bergense School werd niet voor niets wel eens de Boendermaker-school genoemd.
Door de crisistijd in de jaren dertig kwam Boendermaker evenwel in ernstige financiële problemen en na de Tweede wereldoorlog viel de collectie uiteen.
Tezelfdertijd raakte het Bergense werk bij de kunstliefhebbers uit de gratie, met als dieptepunt de veilingen van de Boendermaker-collectie in 1957 en 1958. Sinds 1970 heeft evenwel een opmerkelijke herwaardering plaatsgevonden voor de kwaliteiten van het oeuvre van de Bergense School. De marktwaarde is navenant gestegen. Als een werk ook nog tot de collectie Boendermaker heeft behoord, is dat een extra aanbeveling geworden.
Literatuur:
Dirk Klomp: "In en om de Bergense School", Amsterdamdam 1943.
Adriaan Venema: "De Bergense School", Baarn 1976.
Arnold Lichthart: "Henri le Faucounnier", Bussum 1993.
Piet Spijk: "De Bergense School en Piet Boendermaker", Zwolle 1997.
| | |
|
Sorry, geen informatie gevonden in de database. Kies een andere categorie.
|
|